Stichting Nativitas |
|
|||
|
11 juli tot 19 juli. Youri en de quarantaine. Lees PDF klik hieronder Opening werkplaats in Waipare. In januari 2007 werd gestart met de bouw van een grote timmerwerkplaats annex opleidingscentrum voor gehandicapten. In deze werkplaats wordt timmer- en laswerk uitgevoerd ten behoeve van de kindertehuizen van mama België (Jeanne Colson) op Flores. Ook zullen er timmerwerkzaamheden voor derden worden uitgevoerd. Op deze manier moeten inkomsten gegenereerd worden ten behoeve van de kindertehuizen en krijgen invalide jongens de kans om een vak te leren. Het geld voor de bouw van de werkplaats is hoofdzakelijk bij elkaar gebracht door de acties van het Citaverdecollege uit Horst en door de stichting Harapan uit Best in 2005 en 2006 en met medefinanciering door de Wilde Ganzen en de NCDO.
We zijn al een week in Maumere, maar we hebben nog geen gelegenheid gehad om de werkplaats te gaan bekijken. We zijn teveel in beslag genomen door de bezoeken aan de kindertehuizen. Voor ons is het dus ook allemaal nieuw. We, dat zijn Lies en ik namens het bestuur van de St Nativitas en Wiel en Gerda uit Nijmegen die met ons meereisden en Hub en Kristel uit Eindhoven die toevallig ook in Maumere zijn. De werkplaats is gebouwd in Waipare, een klein plaatsje op een kilometer of 10 vanaf Maumere, aan de hoofdweg naar Larentuka. Via de mail zijn we in Nederland voortdurend op de hoogte gehouden van de altijd weer optredende onvoorziene problemen. Op de eerste plaats bleek dat het terrein nogal fors afloopt naar een klein slootje dat in de regenperiode kan aangroeien tot een wilde rivier. Dat betekent dat niet alleen het terrein opgehoogd moest worden, maar dat er ook fors geïnvesteerd moest worden in een waterkering. Die bestaat hier meestal uit grote draadkorven van een meter in het vierkant die gevuld worden met grote stenen. Van deze korven wordt een stevige dijk met veel beton gebouwd die als waterkering dient. Toen kwam het probleem met de bouwvergunning. Het gebouw was half klaar toen bleek dat er een bouwvergunning nodig was. Nog nooit hebben we iets gebouwd waarvoor een bouwvergunning nodig is, maar nu is er plotseling nieuwe regelgeving waarbij gebouwen die langs een openbare weg liggen een vergunning nodig hebben. De bouw werd stilgelegd, maar na enkele weken en na van enkele miljoenen rupiahs kon weer verder gebouwd worden. De plaatselijke elektriciteitsleverancier bleek geen zin te hebben om stroom te leveren zolang mama België niet haar handtekening gezet had. Maar mama België was doodziek en verbleef in België, enz. enz ….. Maar uiteindelijk is alles goed gekomen. Op 22 mei 2008 zijn we uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het “koudmaken’ van het gebouw. Alvorens een gebouw in gebruik genomen kan worden moeten eerst de boze geesten verjaagd worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de plaatselijke tovenaar, de doekoen. Lies en ik weten wel wat ons te wachten staat en hebben er eigenlijk niet veel zin in om daarbij aanwezig te zijn, evenmin als mama België. Maar we gaan toch maar.
Bij het terrein aangekomen schrikken we wel van de modder en de rommel. “Moet hier morgen de opening plaatsvinden?” Jeanne stelt ons gerust. “Morgen zal alles opgeruimd en schoon zijn. Iedereen kent zijn taak en zal er wel voor zorgen dat alles in orde zal zijn.” Wij hebben zo onze bedenkingen. Langs de straat zijn twee mannen het naambord aan het vastzetten en we maken kennis met de doeken en de kepala-adat. Ook de leiding van de tehuizen is aanwezig en verder zijn er nog enkele mensen uit de kampong. Midden in de grote machinehal ligt een dikke steen met een brandende kaars. De doekoen gaat er bij zitten en legt wat tabak, kalk en ander spul al murmelend op de steen. Lies en ik weten dat hij ook bloed nodig heeft. Bij de noodkeuken hebben we al een varken horen krijsen. De lokale mensen kijken ongeïnteresseerd toe hoe het varken bij zijn poten wordt vastgehouden. Wij lopen de doekoen achterna en zien dat de twee mannen een jong varken vast hebben dat met een parang de keel wordt doorgesneden.. Jeanne is naar de achterkant van de werkplaats gelopen. Het is ook geen aangenaam gezicht om te zien hoe de keel van een gillend varken met een groot en bot mes wordt doorgesneden. De doekoen vangt op een bord wat bloed op en haast zich weer terug naar de heilige steen. Hij mengt wat van de spullen die op de steen liggen met het bloed op het bord en gaat dan alle machines voorzien van een lik van het bloederige mengsel. Ook de muren en de vloer van het gebouw, de toiletten en de houtvoorraad worden niet vergeten. Ten slotte gaat hij op de hoeken van het terrein met de hand wat geld ingraven dat hij gekregen heeft. Tenminste het lijkt op ingraven, want als hij terugkomt zijn de handen leeg? De ceremonie is voorbij. Rest alleen nog de steen op een plaats in de hal neer te leggen waar hij nooit meer weg zal gaan. De steen zal er voor zorgen dat de boze geesten uit de werkplaats weg blijven en er geen ongelukken gebeuren. Vandaag, 23 mei 2008 is het dan zover. De werkplaats zal plechtig geopend worden, Om drie uur komen we bij het terrein aan. Tot onze verbazing is het hele terrein inderdaad keurig opgeruimd en is de werkplaats schoongeveegd. Nu zijn er meer mensen aanwezig dan gisteren. We worden voorgesteld aan de kepala desa, de camat, de vicaris generaal van de bisschop en enkele andere hoogwaardigheidsbekleders. Direct als we uit het busje stappen krijgen we van Grasi te horen dat Lies en ik samen met mama België het lint dat de toegang tot de werkplaats afsluit moeten doorknippen. Daarna moeten we het naambord langs de weg onthullen door een ikat-doek weg te trekken. “Benkel BINA MANDIRI Batu-Kaya-Las” staat op het bord, hetgeen zoveel betekent als zelfstandige werkplaats voor steen, hout en laswerkzaamheden. De werkplaats zelf is tijdelijk omgebouwd tot kerk, waarin de vicaris generaal van de bisschop van Maumere een plechtige mis opdraagt die wordt opgeluisterd door een groot gemengd koor uit de regio. De belangstelling voor de plechtigheid is zo groot dat er te weinig hosties zijn. Na de mis wordt het gebouw ingezegend door de hulpbisschop. Met een kokosnoot als wijwatervat en een bananenblad als kwast loopt hij al zegenend door het gebouw. De restanten van de oude godsdienst zijn nu voorzien van een laagje katholicisme en de werkplaats kan in gebruik genomen worden. Maar eerst moet er nog feest gevierd worden. Het varken dat gisteren geofferd is wordt vandaag door de feestgangers opgegeten. Een feest gaat echter altijd gepaard met toespraken. Indonesiërs houden graag toespraken die jammer genoeg vaak erg lang duren. Pa Jos, lid van de Raad van Beheer leidt dit gedeelte van de openingsplechtigheden. Hij nodigt als eerste de camat uit. Natuurlijk ontgaat ons met onze geringe kennis van het Indonesisch veel van wat hij zegt, maar we begrijpen wel dat hij er trots op is dat zijn district zo’n grote en moderne werkplaats heeft. Hij geeft de kepala-desa opdracht er voor te zorgen dat de werkplaats alle medewerking van de gemeente krijgt. Na de camat krijgt een van de vroegere bupatis het woord. Deze man is enkele dagen geleden door mama België en Grasi gevraagd om een overleden lid van de Raad van Beheer van de Yayasan Nativitas op te volgen. Dit is de eerste bijeenkomst die hij meemaakt. In zijn toespraak herinnert hij er aan dat hij mama België al kent uit de jaren 80, toen in zijn gebied grote hongersnood heerste en mama België als eerste begon met hulp te verlenen aan honderden van honger stervende kinderen. Hij zegt: “Toen was je mij al voor met de hulpverlening, hoe zou ik jouw verzoek nu kunnen weigeren.” Tot grote vreugde van Jeanne vraagt hij haar om zo snel mogelijk met hem de kindertehuizen te bezichtigen. “Die pakt zijn werk goed op”, fluistert ze mij in het oor. Dan vraagt Pa Jos mij om een woordje te zeggen. Gelukkig was ik gewaarschuwd en kon ik wat voorbereiden in het Indonesisch. Ik druk de leiding op het hart de werkplaats als een zelfstandige eenheid te beschouwen en vraag aan Hennie, de baas van de werkplaats, om geen enkel werkstuk de werkplaats uit te laten gaan zonder dat het betaald is. Dat geldt ook voor de kindertehuizen. Ook die moeten betalen. Alles moet betaald en opgeschreven worden, alles wat afgeleverd wordt en alles wat ingekocht wordt. Ook reserveren, voor het onderhouden van het gebouw en de machines, het slijpen van de beitels en de zagen, enz. Het geld dat er dan overblijft moet in de kas van de kindertehuizen gestort worden om zo bij te dragen aan het zelfstandig functioneren van de Yayasan Nativitas op Flores. De toehoorders knikken instemmend, maar….dit kinderachtige lesje in bedrijfsvoering is jammer genoeg erg belangrijk, want vooruitzien is een eigenschap die de Florinees maar zeer beperkt bezit. Tenslotte komt mama België aan het woord. Zij heeft de gave om elk gehoor te boeien met een pittige toespraak vol humor. Na alle toespraken krijg ik van Pa Jos de eer om de sleutels van de werkplaats, namens het Citaverdecollege en de Stichting Harapan, te overhandigen aan Hennie, de chef van de werkplaats en Grasi het hoofd van de kindertehuizen. Dit is het einde van het officiële gedeelte van de openingsplechtigheid. Nu begint het deel waar de meeste aanwezigen op gewacht hebben: het opeten van het gisteren geofferde varken en het dansen!
Elke kampong en elk dorp heeft een kepala-adat. De adat is het gewoonterecht, het recht en de tradities zoals die volgens de overlevering zijn beloop moeten hebben. Dit gaat in principe vóór het juridische recht van de overheid. Kepala betekent hoofd.
Kampong=gehucht De camat is hoofd van een district. Na de president, de gouverneur en de bupati de hoogste bestuursambtenaar. Grasdi is belast met de dagelijkse leiding van alle kindertehuizen. De bupati is op de president en de gouverneur na de hoogste bestuursambtenaar.
|
|||
|
Design and Copyright 2004 Aworks Internetdiensten |