Mevrouw Marie-Jeanne
Colson.
In 1972 werd de Belgische onderwijzeres Marie Jeanne Colson, met vele
andere ontwikkelingswerkers, uit het voormalig Belgisch Congo gezet. Na
allerlei omzwervingen vond zij in 1973 een nieuwe plek, waar ze zich
opnieuw kon inzetten voor de medemens, op het eiland Flores in
Indonesië. Zij kwam op 7 juli 1973 in Maumere aan en ging voor 3 maanden
naar het klooster van de zusters Urselinen om de taal te leren en zich
te oriënteren.
Daarna werd ze
benoemd in een klein bergdorpje, Watublapi op de missiepost van pater
Schouten met als taak sociaal werk: het toezicht over 3 weeskinderen die
op de missiepost rondliepen en zowat overal en nergens thuis waren. De
ervaring die ze opdeed met de drie weeskinderen die op de post
rondliepen en de vijf die ze ondertussen uit het ziekenhuis van Lela
moest weghalen, om ze weer in hun eigen milieu en bij de familie te
integreren was zeer negatief. Ook de vroegere, door een pater ondernomen
pogingen, om de baby’s te redden door ze in het ziekenhuis te laten
verzorgen tot een leeftijd van twee jaar waren geen succes gebleken.
Mevrouw Colson besloot dan ook al snel om geen kinderen meer in een
ziekenhuis te laten opgroeien. Zij begon zich steeds meer in te zetten
voor wat wij steeds genoemd hebben “wegwerpkinderen”: ongewenste
kinderen, zieke kinderen, wezen, gehandicapten, kinderen uit asociale
gezinnen etc.

Eind september 1975
nam ze de eerste baby op in haar eigen huisje, omdat de moeder gestorven
was. Haar eerste baby lag in een kartonnen doos met een luier gemaakt
uit een onderbroek van pater Schouten.
Dit initiatief groeide in de loop der jaren uit tot vijf, zelfs naar
onze begrippen, moderne kindertehuizen. Een van de kindertehuizen is
speciaal ingericht voor de opvang van gehandicapten.
Mevrouw Colson, op
Flores ibu België genoemd, zoekt bij haar kinderen een pleegmoeder die
ook in het tehuis blijft. De pleegmoeder wordt geleerd kinderen te
verzorgen, goed voedsel te maken, wat hygiëne is, etc. Haar streven is
zodanige voorwaarden te scheppen dat (pleeg)moeder en kind zo gauw
mogelijk - dat kan binnen enkele weken zijn maar ook na enkele jaren -
weer terug kunnen naar hun kampong om daar op eigen benen te staan. Het
kind wordt begeleid tot het 18 jaar is.
Ibu België gaat er
van uit dat maatschappijhervorming bij de vrouw begint. De vrouw is de
spil van het gezin en zij moet een goede opleiding hebben. Maar als je
een meisje wilt laten studeren, moet het niet eerst 3 of 4 uur moeten
lopen om bij de school te komen. Daarom heeft zij ook nog een internaat
voor jonge meisjes opgericht. Na schooltijd krijgen de meisjes in het
internaat nog lessen in al die vaardigheden die nodig zijn om een gezin
te kunnen onderhouden.
Ontstaan Stichting
Nativitas.
In 1986 gingen 4 vrienden naar het Indonesische eiland Flores. Aan het
einde van hun avontuurlijke rondreis verdwaalden zij en kwamen toevallig
terecht op de kleine missiepost van pater Schouten in Watublapi. Daar
ontmoetten ze de Belgische onderwijzeres Marie Jeanne Colson, die daar
in 1973 begon met de opvang van kansloze kinderen, die in feite om
allerlei uiteenlopende redenen ten dode opgeschreven waren. Zij raakten
hier zodanig van onder de indruk dat zij thuis kwamen zonder een enkele
foto of 1 cm film. Voor fanatieke fotograven en filmers, zoals zij
waren, wil dat echt wat zeggen. Zij begonnen met het opsturen van
postpakketten, maar al gauw ging dat om politieke redenen niet meer.
Vanwege de mensenrechtenkwestie op Timor mocht vanuit Nederland geen
hulp meer aan Indonesië geboden worden. Mevrouw Colson liet hun echter
niet los en in 1992 gingen zij weer terug, de opbrengst brengen van de
receptie van een zilveren huwelijksfeest, aangevuld met talloze giften
van mensen uit hun kenniskring uit Horst en omgeving. Helaas voor
niets, want in december van datzelfde jaar verwoestte een enorme
zeebeving (tsunami) alles wat mama België, zoals mevrouw Colson hier
genoemd wordt, in 25 jaar had opgebouwd. Er vielen meer dan 3000 doden.
Dat was voor twee van de vrienden aanleiding tot het oprichten van de
Stichting Nativitas. In eerste instantie concentreerde de stichting zich
op het lenigen van de allerergste nood. De oprichters dachten maximaal
enkele duidenden guldens bij elkaar te brengen. De Stichting sloeg in
hun regio echter geweldig aan en is in 10 jaar uitgegroeid tot een
stichting die een structurele bijdrage levert aan de instandhouding van
de tehuizen en het werk van mama België, met sponsors in heel Nederland.
Inmiddels heeft ibu België samen met haar Indonesische rechterhand,
Grasiana Gleko (voorheen Bernadina Bela), de leiding over vijf
kindertehuizen (waarvan een speciaal voor gehandicapten), een
meisjesinternaat, een kleuterschool en een fysio- en
hydrotherapieaccommodatie.
Stichting Nativitas
streeft er op de eerste plaats naar om alle 350 monden te voeden en
daarnaast fondsen bij elkaar te brengen voor schoolgeld, medische zorg
en onderhoud van de gebouwen.
Het logo van
Stichting Nativitas.
De stichting is genoemd naar het eerste kindertehuis dat mevrouw Colson
heeft gesticht. “Nativitas” betekent “geboorte”.
Het logo stelt voor een moeder met kind omlijst met enkele symbolen van
de vijf steunpilaren van de Indonesische grondwet:
-
De ster
symboliseert het geloof in één God (of opperheer);
-
De linkse boog
stelt een rijsthalm voor (voeding) en de rechtse openspringend
katoen (kleding);
Dit staat voor sociale rechtvaardigheid voor de hele
bevolking (het 5de artikel uit de grondwet). Omdat de
activiteiten vallen onder “sociaal werk” is naast de “ster” dit embleem
van sociale rechtvaardigheid gekozen.
-
De naam
“Nativitas” (geboorte) heeft nauwe betrekking op de activiteiten, nl.
zorgen voor kinderen, vooral zuigelingen en kleuters. Ook
“Nativitas” omdat het kindertehuis als het ware de geboorte (begin)
is geweest van een heel nieuwe sociale activiteit met nieuwe ideeën
in heel het Maumeregebied.
